Jun 212012
 
Op 1 oktober 2009 trad de wet in werking waarmee telemarketing vergaand en gedetailleerd wordt gereguleerd. Een van de belangrijkste onderdelen daaruit betreft het bel-me-niet-register. In het register kunnen abonnees zich voor onbepaalde tijd inschrijven als ze niet meer ongevraagd willen worden gebeld door bedrijven met aanbiedingen of door goede doelen met een verzoek om donaties. Andere onderdelen uit deze wetgeving betreffen de plicht van het aanbieden tot het recht van verzet (‘opt-out’) en het opschonen van belbestanden (‘ontdubbelen’) aan de hand van het register.
 
Inmiddels is, bijna drie jaar na de invoering ervan, gebleken dat de nieuwe telemarketingregels aanleiding geven tot uiteenlopende, vaak erg lastig in de praktijk te beantwoorden vragen. Met Myrthe van Hooidonk, student-assistent bij eLaw@Leiden, centrum voor recht in de informatiemaatschappij, inventariseerde ik welke van deze vragen inmiddels in de sanctiebesluiten van OPTA aan de orde zijn gesteld en op welke antwoorden de toezichthouder is gekomen.  
Jul 122011
 

Er is veel te doen om juweliers en overvallers. Gisteren op een RTL Nieuws een item over een juwelier die geen gekleurde jongeren in zaak wil. Vandaag in de Telegraaf een nieuwsbericht over een door juweliers op te zetten gezichtsherkenningssysteem, waarmee geautomatiseerd ‘delinquenten’ of ‘potentiele overvallers’ de toegang kan worden gewijzigd. Het belang daarvan is duidelijk. Wel zullen er voldoende waarborgen moeten worden getroffen. En, wat de Telegraaf niet heeft gehaald, ik verwacht dat er een ontheffing van het CBP is vereist (art. 23, tweede lid, Wbp).

Dec 232010
 

In het Fd van vandaag  een korte opinietekst van mijn hand over het Landelijk Informatiesysteem Schulden (in het jargon "LIS" ) en de privacy-risico’s in verband daarmee. Wat mij betreft moeten wij niet toe naar een ‘Supercharged BKR’.

In de gepubliceerde tekst is weggevallen dat ik partijen adviseer die betrokken zijn bij het voorkomen van overkreditering en het tegengaan van problematische schulden. Bij dezen dus alsnog. 

Oct 162010
 

Afgelopen woensdag was het grote eLaw@Leiden Debat over Geheime Rechtspraak, naar aanleiding van de NRC-opinie van Mommers en mijzelf, en het NJB opiniestuk in NJB – zie mijn vorige blogbericht. 

Peter Olsthoorn, de man achter leugens.nl en netkwesties.nl, doet verslag in VillaMedia. Een ding moet misschien verduidelijkt: wat mij betreft zou het publiceren van rechtspraak op internet niet exclusief door rechtspraak.nl of Google of anderen hoeven worden gedaan. Ik wilde niet veel meer zeggen dan dat, als rechtspraak.nl zo overtuigd is van de kwaliteit van z’n dienstverlening, er geen enkele reden is om anderen (zoals Google etc.) niet in staat te stellen dat ook te doen. Dus niet in plaats van maar daarnaast, en zonodig onder dezelfde anonimiseringsvoorwaarden als rechtspraak.nl hanteert.

Daarmee zou het kostenargument van Phillipaart (nl. dat het publiceren van meer dan 2 procent van alle rechtspraak te duur zou zijn) geen rol meer hoeven te spelen. Lijkt mij.

Oct 032010
 

Minder dan 2 procent van alle rechtspraak in Nederland is via rechtspraak.nl te verkrijgen. Dat is niet veel. Eerder schreven Mommers en ik daarover een opinietekstje in NRC. Inmiddels is de uitgebreide, wetenschappelijke versie van dit verhaal in het Nederlands Juristenblad geplaatst.

Volgende week gaan wij daarover in debat (een eLaw@Leiden debat!) met onder andere Ronald Philippart, voorzitter Rechtbank Maastricht en voorzitter redactieraad rechtspraak.nl, en Madeleine McLaggan, Collegelid van het College Bescherming Persoonsgegevens, onze privacytoezichthouder.

Jun 112010
 

Met Leidse collega Mommers schreef ik een zeshonderd-woorden opinie over cookies en de eigenzinnige en afwijkende regeling die in een recent conceptwetsvoorstel daarvoor wordt voorgesteld:

Eigenzinnig en afwijkend Nederlands voorstel verstoort internationale concurrentieverhoudingen

Gerrit-Jan Zwenne en Laurens Mommers

Onze wetgever is knap eigenwijs en hardleers als het aankomt op de regulering van cookies, een praktisch onmisbaar instrument bij gebruik van websites. Onze wetgeving gaat al verder dan wat Europese richtlijnen verlangen. Nu dreigt een nieuwvoorstel een onmogelijke voorwaarde te stellen aan houders van websites: vooraf actief toestemming vragen voor het plaatsen van cookies.

Op dit moment vereist de Nederlandse telecomwetgeving al dat internetgebruikers voorafgaand aan het plaatsen van cookies daarover worden geïnformeerd. Dit komt op het eerste gezicht logisch voor. Maar als we even doordenken over wat dit in de praktijk betekent, wordt duidelijk dat naleving van deze regel nogal bezwaarlijk kan uitpakken.

Het probleem is niet dat gebruikers over het plaatsen van cookies moeten worden geïnformeerd, maar wanneer dat moet gebeuren. Als dit moet gebeuren voordat de cookies worden geplaatst, moeten internetgebruikers voortdurend worden geconfronteerd met hinderlijke pop-ups. Hoe anders zouden internetgebruikers vooraf kunnen worden geïnformeerd?

Wie een voorproefje wil, moet zijn browser-instellingen eens zodanig aanpassen dat voor het plaatsen van cookies toestemming moet worden gegeven. Als u daarna een nieuwssite (met reclame) als nu.nl wilt raadplegen, moet u 12 maal op de knop ‘allow cookie’ klikken om de site te kunnen gebruiken. Daar zit geen internetgebruiker op te wachten

Het wekt geen verbazend dat geen enkele website — ook niet die van overheden en toezichthouders — voldoet aan wat onze wetgever nu eist. Als websites al iets melden over cookies, dan volstaan zij vrijwel altijd met een ‘cookie-policy’ met informatie over het hoe en waarom van geplaatste cookies. De toezichthouders, Opta en CBP, hebben nog nooit tegen deze ‘informatie achteraf’ opgetreden.

In een nieuwe EU-richtlijn wordt verlangd dat voorafgaand aan het plaatsen van cookies toestemming wordt gevraagd en verkregen. Gelukkig begrijpt Brussel dat geen internetgebruiker zit te wachten op hinderlijke pop-ups. Daarom staat hij in de richtlijn toe dat een internetgebruiker ‘impliciet’ toestemming geeft via de instellingen van zijn browser..

In het Nederlandse ontwerp-wetsvoorstel, dat onlangs aan de markt is voorgelegd, wijkt de wetgever daarvan af en wil dat internetgebruikers ‘ondubbelzinnige toestemming’ geven voor het plaatsen van cookies. Het taalgebruik duidt erop dat de wetgever geen mogelijkheid wil geven voor toestemming via browserinstellingen. De wetgever gaat daarmee opnieuw verder dan de Europese richtlijn voorschrijft.

De consultatie loopt nog. En ook de parlementaire behandeling kan deze faux pas natuurlijk nog ongedaan maken. Maar het is onwaarschijnlijk dat websites, inclusief die uit het buitenland, zich zonder meer houden aan wat onze eigenzinnige wetgever verlangt.

Als zij daartoe zouden worden gedwongen, bijvoorbeeld door toezichthouders die boetes en dwangsommen opleggen, dan laten de gevolgen zich raden: veel irritatie bij internetgebruikers en verstoring van internationale concurrentieverhoudingen. Dit doordat websites in Nederland moeten gaan voldaan aan een overbodige en onmogelijke eis, waarvan websites in het buitenland geen hinder ondervinden. Dat is jammer, te meer daar de door onze wetgever gestelde eis niet bijdraagt aan een veiliger internet of een betere privacybescherming.

Gerrit-Jan Zwenne en Laurens Mommers zijn verbonden aan eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Zwenne is daarnaast advocaat bij Bird & Bird en Mommers is consultant bij Legal Intelligence.